Zorgbeleid

Zorg voor elke leerling :

Individualisatie en differentiatie … elk kind heeft recht op onderwijs, aangepast aan zijn kunnen.
Binnen een leerstofjaarklassensysteem houden we rekening met de mogelijkheden van elke leerling. Aangepaste opdrachten, contractwerk, enz. worden dan aangereikt 
bij de instructie en verwerking van  leerinhouden en vaardigheden.

Via evaluaties en een uitgebreid leerlingvolgsysteem brengen we de vorderingen van onze leerlingen in kaart. Die vorderingen bespreken we geregeld met de ouders.
Bij lichte leermoeilijkheden schakelen we een zorgleraar in om de leerling tijdelijk te begeleiden binnen of buiten de klas te begeleiden.
Bij grotere leerproblemen vragen we externe hulp, o.a. aan CLB, logopedist, GON, …
Sterke leerlingen en hoogbegaafde leerlingen kunnen de leerstof versneld verwerken en/of leerstof krijgen op hun niveau
en aan uitdagende projecten werken binnen de klimopgroep.

Het zorgcontinuüm op onze school verloopt in vier fases. Deze worden hieronder beschreven :

De zorgvisie :

Fase 0 : Brede basiszorg

Deze zorg omvat de zorg die de leerkracht geeft aan zijn leerlingen om te ontwikkelen via een krachtige leeromgeving. Het is de preventieve zorg.

De leerkracht zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat en houdt rekening met verschillen tussen 
leerlingen. Het gaat daarbij niet alleen om verschillen in culturele en subculturele achtergrond. 
Het heeft ook te maken met verschillen in fysieke en psychologische ontwikkeling, met verschillen in motivatie, leerstijlen, leervermogen en talenten. De leerlingen horen ook ruimte te krijgen om hun eigen gender-en seksuele identiteit te ontwikkelen. Brede basiszorg betekent dat de leerkracht diversiteit als meerwaarde ziet in een krachtig leerproces.

Fase 1 : Verhoogde zorg

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften is verhoogde zorg nodig.  Er is een nauwe samenwerking tussen ouders, CLB en school. Voor deze leerlingen wordt de onderwijsomgeving aangepast zodat de leerling het gemeenschappelijk curriculum kan blijven volgen.

De school voorziet extra zorg onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen. Vanuit deze behoeften wordt gezocht naar oplossingen en manieren van aanpak die 
kunnen gerealiseerd worden binnen de reguliere werking en omkadering van de school, en in samenwerking met de ouders en de leerling. De leerlingen krijgen extra maatregelen om het gemeenschappelijk curriculum te kunnen volgen. Deze maatregelen zijn erop gericht dat de leerlingen blijven aansluiten bij de klassengroep.

Fase 2 : Uitbreiding van zorg

Voor een kleiner aantal leerlingen volstaat de verhoogde zorg uit fase 1 niet. Tijdens MDO , gesprek met de ouders en CLB wordt afgesproken welke aanpak de beste is voor de leerling. Er wordt een handelingsplan opgesteld , waarbij het CLB de regie voor het verloop van de handelingsgerichte diagnostiek in hand en heeft en eventuele contacten met externen gemaakt. De school behoudt de regie van de zorg waarbij maatregelen kunnen worden genomen als compenseren, dispenseren en een 
individueel aangepast curriculum.

Fase 3 : Overstap naar school op maat

Als het zorgaanbod op school en de eventuele ondersteuning door externen onvoldoende antwoord biedt op de (gewijzigde) onderwijsbehoefte van de leerling en de leerling niet langer het gemeenschappelijk curriculum kan blijven volgen, kan na overleg met de klassenraad, ouders en CLB en nadat het verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs werd afgeleverd, de school de inschrijving het volgende schooljaar ontbinden. D.w.z dat de leerling overstapt naar een school op maat, met een meer specifiek aanbod.

De opmaak van een verslag houdt geen automatische overstap in naar een school voor buitengewoon onderwijs.

Verschillende scenario’s worden expliciet aangegeven in het M-decreet :

  • Studievoortgang maken op basis van een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs, mits akkoord van de school.
  • Studievoortgang maken op basis van een individueel aangepast curriculum in een school voor buitengewoon onderwijs van het betreffende type.
  • Studievoortgang maken op basis van het gemeenschappelijk curriculum in een secundaire school voor buitengewoon onderwijs (indien voldaan aan de criteria vooropleidingsvorm 4, met name dat de inzet van paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch of orthopedagogisch personeel in een gespecialiseerde 
    onderwijsomgeving noodzakelijk is om de onderwijsdoelen te bereiken en dat de aanpassingen die nodig zijn om de leerling binnen een gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen  binnen de context van een gewone school disproportioneel zijn).